Photo: Jacco

Mijn man Paul en ik slenteren door de supermarkt. Wat eten we vanavond? denken we hardop. ‘Tonijn?’ oppert hij. ‘Is overbevist,’ zeg ik. ‘Een lekker kippetje dan?’ ‘Kip uit de bio-industrie, nee dank je.’ De speklapjes, de groene asperges uit Kenia en de aardbeien uit Egypte; stuk voor stuk krijgen ze het predicaat ‘liever niet’. Paul rolt met zijn ogen: ‘Heb je een nieuw geloof? Gaan we voortaan sojaburgers eten?’

Die avond staat er mosselen met frieten op het menu. Met verse mosselen, kruiden uit eigen tuin, zelfgesneden frietjes van biologische aardappelen en jonge kropsla. Ik heb inderdaad een nieuw geloof. Ik wil groener leven. Omdat ik het lekker(der) vind en omdat het me een stuk gezonder lijkt. Vooralsnog gaat mijn groene liefde door de maag. Je moet ergens beginnen.

Alles wat we eten, drinken, gebruiken, bezitten of doen heeft z’n weerslag op het milieu. Het flesje bronwater dat we onderweg in het station kopen. De cd’s en boeken die we aanschaffen. Ons wekelijkse ritje – met de auto – naar de supermarkt. De vakantiebestemming die we uitkiezen. Het draagt allemaal bij aan onze mondiale voetafdruk (zie rechts), de mate waarin we als individu, gezin, stad of land het milieu belasten. Simpel gesteld verbruiken we in een jaar tijd 30 procent méér dan de aarde kan produceren. Het goede nieuws is dat we daar – vrij makkelijk – zelf iets aan kunnen doen.

‘Hoeveel spaarlampen hebben we eigenlijk,’ vraag ik Paul tijdens een – toepasselijk – diner bij kaarslicht. ‘En hebben we dakisolatie en spouwmuurisolatie?’ Ik heb die middag allerlei tests op het internet ingevuld, van onze Voedselvoetafdruk tot de Verspillingscheck en ons dagelijks leven onder de loep genomen. Hoe groen zijn we eigenlijk? We scheiden afval. Kopen steeds meer biologisch (vlees, kip, groente, fruit). En gaan vrijwel altijd op vakantie in eigen land. Mijn persoonlijke Voetafdruk bedraagt 4,5 hectare en zit iets onder die van de gemiddelde Belg (5,1 hectare). Ter vergelijking: een inwoner van de VS heeft een voetafdruk van 9,4 hectare. Onderaan die lijst komt Malawi met een gemiddelde voetafdruk van 0,5.

Ben ik met mijn 4,5 hectare gemiddeld? Niet echt. De ‘plek’ die we in mogen nemen als we allen evenveel zouden krijgen, is volgens Jan Juffermans van De Kleine Aarde (Centrum voor een Duurzame Leefstijl) een stuk kleiner. Hij schreef het boek Nut en Noodzaak van de Mondiale Voetafdruk. ‘Als alle bruikbare ruimte op aarde verdeeld wordt over alle mensen en we geven de natuur voldoende ruimte om te overleven, dan is er voor elke bewoner gemiddeld 2,1 hectare beschikbaar. Dat is inclusief de ruimte die we nodig hebben voor het behoud van de natuur.’ Die avond vatten we het ambitieuze plan op om zo snel mogelijk iets aan onze grote voetafdruk te doen. In één maand tijd.

Onze allergrootste milieuzonde is het rijden in een zestien jaar oude benzineslurper (1 op 7) omdat we bij de aanschaf daarvan dachten er weinig mee te gaan rijden. Ik werk thuis en Paul forenst met de trein. Helaas: de gemiddelde Belg rijdt jaarlijks meer dan 13.000 kilometer, wij samen bijna 20.000. Dat kan stukken schoner en goedkoper met het meest milieuvriendelijke vervoermiddel ter wereld: de fiets.

We besluiten direct het boetekleed aan te trekken: kinderen naar school, naar het strand, de bibliotheek of het station? Er wordt gefietst zolang het geen pijpenstelen regent of stormt! Dat went snel. De korte ritten per auto worden geheel van het menu geschrapt, langere ritten combineren we zo veel mogelijk (oma’s verjaardag met een bezoek aan de bioboerderij) en we nemen af en toe de trein – onze dochters vinden dat een geweldig avontuur, wij kunnen onderweg lekker de krant lezen. Na een week rekenen we uit wat onze ‘winst’ is: ikzelf rij 100 kilometer minder dan normaal, Paul bespaart zo’n 120 kilometer woon-werkverkeer door naar het station de bus te nemen of te fietsen. Op jaarbasis kan dit dus oplopen tot een vermindering van bijna 10.000 kilometer! Bijna juichend bereken ik opnieuw mijn Voetafdruk om er enigszins beteuterd achter te komen dat die met een krappe halve hectare is verminderd. ‘Kop op,’ zegt Paul optimistisch, ‘da’s bijna een voetbalveld.’ Alle beetjes helpen.

Ons huis is net zo’n energieslurper als onze auto. Een gemiddeld huishouden in België betaalt ongeveer 2200 euro per jaar aan gas en elektriciteit, wij zitten daar een dikke 500 euro boven. Echte energieslurpers – een waterbed, tweedeurskoelkast of elektrische boiler – hebben we niet, we kijken nauwelijks televisie en we hebben vrijwel overal spaarlampen. Na enig onderzoek blijkt ons gasverbruik de oorzaak: maar liefst 75 procent daarvan gaat op aan verwarming. Aan sommige oorzaken daarvan kunnen we helaas niets doen. We huren, dus heeft het weinig zin om geld te steken in dakisolatie, spouwmuurisolatie en vloerisolatie. ‘Wat kunnen we dan wel doen?’ vraag ik Steven Geirnaert van de Milieuadvieswinkel. Hij komt met een lijst met adviezen en verwijst naar www.milieuadvieswinkel.be. De thermostaat kan lager – volgens de Milieuadvieswinkel scheelt een graadje lager 7 procent op uw energiefactuur. De verwarming op 15 graden zetten als er niemand thuis is (ook als je maar een uurtje de deur uitgaat). En een uur voor je gaat slapen de thermostaat lager zetten scheelt op jaarbasis 40 euro aan stookkosten. Een spaardouchekop doet nog een duit in het zakje – 38 euro per jaar. En als het even mogelijk is de was buiten drogen in plaats van in de droogkast scheelt ook fors. Maar wat betekent dit voor onze voetafdruk? We slaan weer aan het rekenen: ondanks een jaarlijkse besparing van bijna 500 euro nog geen halve hectare eraf …

Op het kleine akkertje (75 m2) in onze grote tuin wil ik de komende maanden in 75 procent van onze groentebehoefte voorzien. Een groen voornemen waar behoorlijk veel tijd en energie in gaat zitten, maar wat me ook een enorm gevoel van luxe en voldoening geeft. Kraakverse, onbespoten groente en fruit uit eigen tuin – in tien minuten van de tuin op je bord. Zó leuk kan groen leven dus ook zijn.

‘In een gemiddeld huishouden verdwijnt elk jaar tussen de 250 en vijfhonderd euro aan eten in de vuilnisbak; dat is ongeveer zes winkelwagentjes vol,’ vertelt Jan Juffermans. ‘Doordat we te veel inkopen, te veel koken of het te lang bewaren.’

We schamen ons en proberen zo veel mogelijk op maat te koken en bestempelen één dag per week als ‘kliekjesdag’. Niemand heeft er een probleem mee, aangezien iedereen wel een lievelingsgerecht nogmaals voorbij ziet komen.

Voeding vormt een derde van onze Voetafdruk. We eten al groente en fruit van het seizoen, kopen vaak biologisch en als het even kan in de buurt. Besparen op verpakking en letten op voedselkilometers (de afstand tussen producent en consument en de brandstof die daarvoor nodig is) zijn de finishing touch.

We gaan ervoor!

Meest gelezen in Inspirational

  1. Internetzwendel: 7 valkuilen
  2. OPERATIE VUILNISBELT
  3. DE DAG DOOR MET autisme

Meer Artikels

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail adres*
Reactie*

Reactie aan de redactie

Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!

Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?

Stuur uw reactie!