Survivaltocht in de vrieshel

Jarred Knavel bracht zijn quad tot stilstand op het ijs, ging staan op de voetsteunen en keek naar het landschap voor zich. Er lag een dun laagje papperige sneeuw op het bevroren oppervlak van het stuwmeer Wyoming Flaming Gorge. Jarred was hiernaartoe gekomen om te ijsvissen met zijn twee zoontjes, Kaeleb (7), die op de zitting achter hem zat, en Tristen (12), die op een slee reed die was vastgemaakt aan de achterkant.
De gesmolten sneeuw was niet ongebruikelijk voor januari, maar het leek Jarred beter om geen risico te nemen en naar de oever te rijden op ongeveer twaalf meter afstand. Plotseling voelde hij de quad steigeren.
‘Pa!’ riep Tristen van achteren. ‘Het ijs!’
Het is een zwakke plek, dacht Jarred, bijna onzichtbaar tot je erbovenop staat. De quad maakte ineens slagzij. Jarred keek naar beneden en zag dat het ijs onder hem het begaf.
Jarred, 34 jaar oud, projectmanager in de mijnbouw en zijn leven lang al verzot op sport, had al heel vaak gevist in het 150 kilometer lange meer, aangetrokken door de sobere schoonheid en de kans op het vangen van een forel van 25 kilo. De afgelopen avond was hij laat opgebleven in zijn woning in Green River om waterkaarten te bestuderen en een nieuwe route uit te stippelen naar zijn favoriete visplek.
Toen hij met zijn zoontjes in zijn pick-up bij de kloof was aangekomen, had hij maar enkele andere auto’s langs de oever zien staan – uitzonderlijk voor een relatief milde zaterdag met – 4 °C. Hij en de jongens hadden de quad uitgeladen, de slee vastgemaakt en waren het ijs opgereden.
Amper een kwartier later dook het voertuig met zijn neus in het water, waardoor Jarred en Kaeleb van hun stoelen tuimelden. De slee bleef drijven met Tristen erop. Jarred probeerde Kaeleb op het stevige ijs te krijgen, maar de rand van het wak brak onder zijn gewicht. Daarna deed Jarred een poging om Kaeleb op de slee te krijgen naast zijn broer. Maar net op dat moment dook de quad naar de bodem van het meer, waardoor de twee jongens het water ingesleurd werden.
Ze begonnen instinctief te watertrappelen, hoewel geen van beide kon zwemmen. Wanhopig liet Jarred zich zinken en zette af van de bodem van het meer, ongeveer drie meter diep, zodat hij onder Kaeleb naar boven kwam en hem meerdere meters verder op het ijs lanceerde. Nu hield Jarred zich aan de gebroken ijsrand vast met zijn onderlichaam nog in het water, terwijl Tristen zich aan zijn rug vastklampte.
Jarred slaagde erin zich op het ijs te hijsen en Tristen met zich mee te slepen. Te bang om te staan en de korte afstand naar de oever te lopen voor het geval het ijs weer zou breken, schoven de twee op hun buik naar de kant van het meer. Enkele minuten later kropen ze de oever op, waar Kaeleb al wachtte.
Een halfuur eerder waren Josh Vigil (26) en Brian Davis (24) over een ongeasfalteerde weg naar de plek gereden waar de rivieren Green en Black Fork samenvloeien. Niet ver van de oever zaten ze te vissen met hun hengels in wakken in het ijs. Boven hen hingen dikke grijze wolken waaruit lichte sneeuw dwarrelde.
Plotseling brak de zon door en verscheen een regenboog aan de overzijde. ‘Kijk!’ zei Josh tegen zijn vriend. ‘Een regenboog in januari.’ Ze hadden geen flauw idee dat enkele kilometers van de schitterende lichtshow een man en twee jongens waren gestrand.
Jarred durfde niet terug over het ijs naar de pick-up, ergens ver weg aan de overkant. Ze zouden een betere kans op redding hebben als ze naar het oosten gingen, in tegenovergestelde richting. Daar lag de baai Sage Creek, een populaire visstek aan het stuwmeer, waar ze vast en zeker hulp zouden vinden. Hij schatte dat ze een uur hadden voordat de kou hen de das zou omdoen; Sage Creek was een halfuur stappen. Het gaf Jarred moed dat hij weer vaste grond onder de voeten had en zijn zoontjes naast hem liepen en praatten: Tristen, het schaakwonderkind, slim en mager als een plank, met lange donkere haarlokken die als een gordijn voor zijn ogen vielen, en Kaeleb, de kleine buitenmens in spe met piekhaar die beter kon vissen dan zijn vader. Hij wilde niet denken aan wat zijn vrouw Rachel hiervan zou vinden.
Hij wrong de jassen van de jongens zo goed mogelijk uit, waarna het drietal de heuvel begon te beklimmen. Ze waren redelijk snel boven. Jarred keek omlaag naar de overkant en op de baai onder hen.
Niemand – slechts een leeg stuk ijs en een verlaten oever. Hij staarde er beduusd naar, terwijl de winterwind over de heuveltop loeide. Ze hadden nu geen keus en moesten terug naar de quad, enkele kilometers in tegenovergestelde richting.
Ze begonnen te lopen. ‘Laten we de weg volgen, pa,’ smeekte Tristen, wijzend naar de vage sporen van een jeep vlak bij de oever. Het zou daar makkelijker lopen zijn, maar Jarred wist dat het hen kostbare tijd zou kosten. Ze deden er beter aan in een rechte lijn door een reeks ondiepe kloven te lopen en zo een stuk af te snijden. Al die inspanning zou hen helpen warm te blijven.
Ze hadden ongeveer een halfuur gelopen, toen Tristen uitriep: ‘Pa, Kaeleb!’ De oudere jongen, met zijn donkere natte haar, dat nu dof was, en zijn doorweekte ski-jas, had zijn broer geholpen en hem bij de schouders vastgehouden terwijl ze liepen. Maar nu lag Kaeleb ineengezakt op de grond, zijn gezicht bleek, zijn lippen lichtblauw.
Jarred tilde zijn jongste zoon op. ‘Het komt goed, ik heb je beet,’ fluisterde hij. Hij voelde dat zijn eigen kracht snel afnam. Zijn jeans en fleecetrui zaten als een bevroren harnas om hem heen. Hij trok zijn trui uit en ging verder, nu met zijn bovenlijf bloot.
Iedere kloof vormde een grotere uitdaging dan de vorige, maar de vierde was de ergste en liep enkele honderden meters landinwaarts. Ze zouden om de steile glooiing moeten lopen, waarmee ze kostbare tijd zouden verliezen. O, nee, dacht Knavel. Nee, nee, nee. Hij hoorde Tristen achter zich mompelen, maar het klonk als gebazel, het begin van een delirium.
Jarred wist genoeg van onderkoeling om te beseffen dat hij snel beschutting moest vinden. Langs de kale oever waren alleen wat verdorde struikjes en onkruid te vinden. Er zat niets anders op dan verder te strompelen door de brosse, enkeldiepe sneeuw, met losse steentjes knarsend onder zijn laarzen en de kou die aan zijn krachten klauwde. Hij had net een soort ritme gevonden, toen hij achter zich een dof geluid hoorde – hij keek om en zag Tristen met zijn gezicht in de sneeuw liggen, nauwelijks bij kennis. Hoe kon hij zijn twee jongens meesjouwen? Halfnaakt, terwijl de wind hem geselde, nam Jarred Kaeleb onder een arm en greep Tristen bij zijn pols, waarna hij hem over de stenen en de sneeuw trok.
Dat hield hij niet lang vol. Jarred struikelde en viel regelmatig en uiteindelijk koos hij ervoor om de jongens een voor een een stukje verder te dragen. Eerst drukte hij Kaeleb tegen zijn borstkas om zo veel mogelijk lichaamswarmte naar de jongen over te brengen, voordat hij hem neerlegde en terug ging voor Tristen. Toen hij een heuveltop had bereikt, zag hij zijn pick-up twee kilometer verderop aan de overkant van het meer staan en twee vissers dicht erbij op het ijs. Met alles wat hij nog in zich had, begon hij naar hen te schreeuwen. Uiteindelijk hoorde hij boven het geluid van de loeiende wind een onmiskenbaar antwoord: ‘We komen eraan!’
Josh en Brian wisten eerst niet wat ze van het geroep moesten denken. Brian was ervan overtuigd dat het om tieners ging die een grapje met hen wilden uithalen. Maar Josh hoorde iets anders in de schreeuw – een soort dierlijke wanhoop.
‘Ik geloof dat ze in moeilijkheden verkeren,’ zei hij tegen Brian. ‘Ik ga kijken wat er aan de hand is.’ Brian volgde hem, beiden rennend. Toen ze vijf minuten later de overkant hadden bereikt, zagen ze iets verbijsterends: een man zonder bovenkleding die op de heuvelrug liep; zijn huid zag paars, zijn bevroren haar stond alle kanten op. In zijn armen hield hij een kleine jongen met een spookachtig wit gezicht. Josh stoof naar boven. De halfnaakte man viel op zijn knieën met de jongen bewegingloos in zijn armen. ‘Trist,’ zei Jarred. ‘Mijn andere zoon. Hij ligt verderop. We moeten hem halen.’
Brian trok zijn jas uit en samen met Josh greep hij Kaeleb, bevrijdde hem van zijn natte kleren en wikkelde hem in de droge, warme jas. Terwijl Brian Kaeleb over het ijs droeg, liepen Josh en Jarred terug om de andere jongen te zoeken. Ze troffen hem in foetushouding aan op een met ijs bedekte inham. Hij ademde nog. Nadat de mannen zijn natte kleren hadden uitgetrokken, wikkelde Josh hem in zijn jas en tilde de stijve jongen op. Terwijl ze naar het ijs liepen om de pick-ups te bereiken, bleef Josh staan. De jongen woog veertig kilo; als hij hem over het ijs zou dragen, zouden ze er misschien door zakken.
‘Ik heb een plastic slee in de pick-up liggen,’ zei Jarred. ‘Daarmee kunnen we hem over het ijs slepen.’
‘Kun je die halen?’ vroeg Josh. ‘Red je dat?’
‘Ja,’ antwoordde Jarred, die strak stond van de adrenaline. ‘Ik kan het.’
Terwijl Jarred over het ijs liep, droeg Josh Tristen naar de oever en drukte hem stevig tegen zich aan. Josh, die vijf kinderen heeft, praatte tegen de jongen alsof het zijn eigen zoon was. ‘Het gaat je lukken, jongen,’ fluisterde hij in Tristens oor. ‘Houd vol. Je bent zo sterk. Je bent de Ongelooflijke Hulk.’
Tristen beefde nu onbeheersbaar door de onderkoeling. Na twintig minuten keerde Jarred terug met de slee. Zo konden ze het gewicht verdelen en sleepten ze de jongen over het besneeuwde oppervlak.
De motor van de auto stond aan, toen ze die bereikten. Kaeleb zat achter in de auto, en de verwarming loeide. Zo diep in de kloof had de telefoon geen bereik, dus was hun enige optie om Tristen in de pick-up te leggen en zo snel mogelijk naar de snelweg te rijden.
‘We volgen je,’ zei Josh. ‘Maar je moet nu gaan.’
De cabine was een oase van warmte en veiligheid. Kaeleb leek alweer op krachten te komen, zat rechtop en praatte. De mannen wikkelden Tristen in zware dekens, maar hij bleef buiten kennis op de achterbank. Jarred gaf plankgas op de ongeasfalteerde weg en kreeg uiteindelijk via de autotelefoon contact met het alarmnummer. Er werd direct een ambulance gestuurd.
Rachel Knavel was thuis toen de politie belde: haar zonen waren in het meer gevallen, zo vertelde een agent haar. Ze waren op weg naar het Memorial Hospital in Rock Springs, zo’n 25 kilometer van hun huis, om te worden behandeld voor onderkoeling.
In het ziekenhuis trof Rachel haar man in een warme deken aan, maar hij droeg nog steeds zijn natte broek. Met Kaeleb was alles in orde, maar Tristen lag in kritieke toestand op de intensive care. Zijn lichaamstemperatuur was ongeveer 27 graden, dus levensbedreigend. Opwarmen dient in zo’n geval zeer voorzichtig te gebeuren omdat er kans is op hersenbeschadiging of een hartstilstand.
Vlak voordat Tristen met het vliegtuig naar het Primary Children’s Medical Center in Salt Lake City vervoerd zou worden, opende hij zijn ogen.
‘Waar is Kaeleb?’ murmelde hij.
Een verpleegkundige ging Kaeleb halen, die naar het bed rende en met tranen in zijn ogen zijn oudere broer omhelsde.
In Salt Lake City ontfermde een team van artsen en verpleegkundigen zich over de jongen en na 45 minuten werd hij in stabiele toestand overgeplaatst naar de ic.
De volgende middag was Tristen al weer de oude: hij at ijsjes en speelde zijn favoriete videogame.
Eenmaal terug in Wyoming, organiseerden de Knavels een etentje voor Josh en Brian en hun gezinnen – een levendige gebeurtenis met veel omhelzingen, tranen en gelach. De volgende dag won Tristen het schaaktoernooi in zijn leeftijdsgroep.
‘Eerst was ik boos op Jarred,’ zei Rachel later. ‘Maar toen ik hoorde wat hij had doorstaan, besefte ik dat hij nooit opschepte over zijn heldendaden en begreep ik dat het een ongeluk was geweest. Ik kon het niemand kwalijk nemen.’ Ze zweeg even en voegde er met trillende stem aan toe: ‘Hij heeft samen met Brian en Josh de levens van mijn jongens gered.’
|
| |||||
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail adres* | |
| Reactie* | |
Meest gelezen
Meest gelezen
Quote van de dag
Quote van de dag
-
Je hoeft maar een paar dingen in het leven goed te doen – zolang je niet te veel dingen fout doet.
- RD Redactie -
Werken met je handen is niet onnozel. Je moet er wel degelijk je hoofd bij houden.
- Andy Rooney -
Het enige waardoor ik me ooit oud voelde, was als ik mezelf toestond voorspelbaar te zijn.
- Carlos Santana -
Mensen die denken dat ze alles weten, zijn een bron van ergernis voor mensen die alles weten.
- Terry Marchal -
Langs de weg naar het succes kom je veel gerieflijke parkeerplaatsen tegen.
- Executive Speechwriter
Lachen!
Lachen!
Favorieten van deze week
Reactie aan de redactie
Reactie aan de redactie
Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!
Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?


Plaats op








