Reizen als een Maharadja

In het station van New Delhi bruist het als altijd. Boeren op blote voeten haasten zich met grote vrachten op het hoofd over de perrons, op zoek naar een plekje in de volgepakte rijtuigen. Stadsbewoners die zich al comfortabel genesteld hebben ruziën met dragers. Bedelaars zingen voor een aalmoes terwijl straatventers hun spullen aanprijzen. Passagiers die op hun trein wachten liggen diep in slaap op de grond, tussen hun bagage.
Een paar kilometer verderop, aan de rand van de diplomatenwijk van de Indiase hoofdstad, is het station Safdarjung vrijwel uitgestorven als ik aankom. Tot plotseling een doedelzakspeler en trommelaar beginnen te spelen. Een jonge vrouw hangt een bloemenslinger om mijn hals. Ik krijg een rode tulband met een lange staart opgezet en vermiljoen poeder op mijn wenkbrauw uitgesmeerd. Een bediende die gekleed is in zwarte rijbroek met een witte tuniek neemt mijn koffer aan en helpt mij aan boord van het schitterende lounge-rijtuig van een ivoorkleurige trein die aan het enige perron staat. Ik zak in een leunstoel met groen zijden bekleding, krijg een glas koele witte wijn aangereikt en raak betoverd door mijn eigen weerspiegeling in de spiegels aan het plafond.
Eindelijk ben ik aan boord van het Paleis op Wielen, ’s werelds meest exotische trein, voor een rondreis door Rajasthan, de meest exotische deelstaat van India. De komende week zullen de passagiers rondpuffen door steden, woestijnen en bossen, rondwandelen in forten, paleizen en tempels, op olifanten en kamelen zitten – zelfs tijgers zoeken in een reservaat. De laatste traktatie is de Taj Mahal. En dat alles zonder in of uit te checken in hotels, zonder in- en uitpakken, zonder ingrijpende luchthavenbeveiliging en zonder levensgevaarlijke Indiase snelwegen. Makkelijker reizen is niet denkbaar.
Als mijn wijn op is brengt een bediende mij naar mijn coupé. Nadat hij mij heeft geholpen met uitpakken en wil vertrekken, vraag ik mijn sleutel.
‘Er is geen sleutel, mijnheer,’ zegt hij. ‘Paleizen zijn nooit afgesloten.’
Die avond komen de passagiers bij elkaar in de twee restauratiewagons die toepasselijk de Maharajah en de Maharani heten. Het is half april en de temperaturen lopen op tot rond de 40 graden. Dat is niet de beste tijd van het jaar voor een trip door India.
De trein die voorzien is van airconditioning, heeft ruimte voor meer dan honderd passagiers, maar is nu slechts halfvol. Aan boord zijn onder anderen een gepensioneerde Noorse oliebaron, een Engelse katholieke priester, een Australiër van Indiase afkomst, een Amerikaanse managementconsultant, een Duitse anesthesist, een Zuid-Afrikaanse vis-exporteur en een Zwitserse IT-ingenieur.
De meeste passagiers zijn echtparen van middelbare leeftijd, in goeden doen – mijn coupé kost meer dan 400 euro per nacht. De priester biecht op dat meer dan de helft van zijn spaargeld aan de reis op gaat. Het meest in het oog springende gezelschap bestaat uit een fragiele Engelse dame met, zoals ze zelf zegt, ‘twee titanium heupen en een kapotte rug’, die wordt vergezeld door haar dochter, schoonzoon en twee kleinkinderen van 12 en 9. De reis is haar geschenk aan haar dochter en haar gezin als dank voor hun hulp tijdens de laatste levensjaren van haar man.
Die avond val ik probleemloos in slaap, terwijl de trein door de duisternis trekt naar Jaipur, onze eerste halte. Later hoor ik dat veel andere passagiers minder geluk hadden. Het kan een paar nachten duren voor je gewend bent aan het constante wiegen van de wagon.
Hoewel ‘Paleis op Wielen’ klinkt als een reclameslogan, zit er zeker wat in. De trein heeft meerdere levens gehad en de eerste versie bestond daadwerkelijk uit de wagons die de Indiase adel en de Britse kolonialen voor zichzelf lieten bouwen om per spoor te reizen.
Na India’s onafhankelijkheid in 1947 verloor de adel zijn privileges. Als gevolg daarvan raakten de koninklijke rijtuigen in verval. Begin jaren tachtig besloten ondernemende overheidsfunctionarissen in Rajasthan, geïnspireerd door de legendarische, Europese Oriënt Expres, een aantal van die oude rijtuigen te restaureren en opnieuw in te richten. Zo ontstond een luxe trein als toonbeeld van het schitterende erfgoed van Rajasthan, bedoeld voor rijke buitenlanders.
De trein rijdt nu acht maanden per jaar en vervoert in die tijd meer dan 3500 toeristen. De vraag is zo groot dat plaatsen voor het Indiase hoogseizoen in december en januari lang van tevoren moeten worden geboekt.
Een onbetwist hoogtepunt in de eerste jaren was de stoomlocomotief van de trein. Regelmatig smeekten passagiers om even mee te mogen rijden op het stoffige, hete, ijzeren paard, om kolen te scheppen, de stoomfluit te bedienen en een kop kruidenthee te drinken met de roetzwarte machinist. Een van hen was een Engelse dame van in de tachtig die met tranen in haar ogen de manager bedankte omdat hij haar droom had laten uitkomen.
In 1991 werd het eerste Paleis op Wielen vervangen door een replica die koninklijk pluche combineerde met moderne techniek. Toen vier jaar later het spoor werd verbreed verscheen de derde, huidige versie. Helaas is die uitgerust met een diesellocomotief.
Vroeg in de ochtend stoppen we in Jaipur, onze eerste halte. Na het ontbijt stappen we uit en krijgen snel een bloemenkrans. Een kleine olifant, de kop fel gekleurd met pigmentpoeder, begroet ons met zwaaiende slurf. Wat volgt is een dag vol excursies en winkelen.
De stad werd in de late jaren twintig van de 18de eeuw gesticht door maharadja Jai Singh II, een bijzondere monarch die zowel krijgsheer was als wiskundige en astronoom. Rudyard Kipling, die hier aan het eind van de 19de eeuw als journalist werkte, vroeg zich af of ‘een jaar genoeg zou zijn om zijn interesse te bevredigen’. Het Jaipur van nu, de politieke en commerciële hoofdstad van Rajasthan, heeft niets aan fascinerende kracht ingeboet.
Terwijl onze bus zich moeizaam een weg baant naar onze eerste bestemming – een stralend witte hindoetempel – mengen we ons tussen auto’s, scooters, wagens, koeien, honden, kamelen, fietsen en voetgangers die allemaal proberen elkaar te ontwijken. Terwijl wij stomverbaasd staren naar deze nauwelijks functionerende anarchie, vraagt onze gids opeens:
‘Welke drie dingen heb je nodig om in India te rijden?’
Niemand waagt het een antwoord te verzinnen.
‘Goede remmen,’ zegt hij. ‘Wat nog meer?’
Opnieuw stilte.
‘Een goede claxon. En wat is het derde? Kom, niet zo verlegen.’
‘Goede ogen?’ vraagt uiteindelijk iemand.
‘Nee, geluk!’
De twintig jaar oude tempel illustreert hoe het hindoeïsme zoekt naar de breedst mogelijke basis. Er staan niet alleen beelden van hindoegoden, maar ook van Boeddha, Christus, Confucius, Socrates en Zarathustra.
De volgende stop maken we bij een observatorium, gebouwd door maharadja Jai Singh II. Het enorme complex van steen en marmer omvat een bijna 25 meter hoge zonnewijzer, de grootste ter wereld. Tijdens een rondleiding door het aanpalende stadspaleis stuit ik op twee enorme, zilveren urnen, elk meer dan anderhalve meter hoog. Ze zijn naar verluidt gemaakt voor een ultra-orthodoxe 19de-eeuwse maharadja die ze vulde met heilig water uit de Ganges. Hij nam ze mee naar Engeland zodat hij zich tijdens de reis ritueel kon reinigen.
We rijden nu de stad uit voor een rit op een olifant naar een fort en paleis bovenop een heuvel. Maar als we uit de bus stappen komt er een jongetje van een jaar of zes, zeven, met een snotneus en kapotte kleren uit het niets tevoorschijn. ‘Magic, magic!’ roept hij.
Eindelijk een goochelaar die ik de baas ben, denk ik, en ik vraag hem op te treden. Onmiddellijk tovert hij muntjes tevoorschijn uit mijn neus, mijn oren en enkels en hoewel ik hem nauwlettend in de gaten hou, snap ik er niks van.
‘Van wie heb je dat geleerd?’ vraag ik hem terwijl hij een volgende truc doet met drie omgekeerde bekertjes en een verdwijnende steen.
‘Van mijn vader,’ zegt hij. Het is treurig, maar ondanks de veel bezongen economische groei is in India kinderarbeid nog altijd aan de orde van de dag.
Er wordt op de deur van mijn coupé geklopt en onze wagonbediende, Laxman Singh, komt binnen met een kop hete thee en wat koekjes. ‘Kwart over vijf, sir,’ zegt hij.
‘Nu al?’ kreun ik.
‘Het spijt me, sir, maar de tijgers wachten op u.’ Binnen een half uur gaat de zon onder en rijden we in het donker naar het Nationaal Park Ranthambore, een van de beste van de 39 tijgerreservaten in India. De reservaten zijn opgezet om bedreigde roofdieren te beschermen, maar over het algemeen zijn ze weinig succesvol. De tijgerpopulatie in India is gestaag gedaald. Er leven nu nog zo’n 1410 exemplaren. In Ranthambore zijn er minder dan veertig.
Als we in het park arriveren komt de zon op. Onze gids wijst naar de grond en zegt: ‘Pootafdrukken. Vers. Tijger niet ver weg.’ Dat zal best, maar we rijden twee uur rond en zien van alles: pauwen, herten, bavianen, uilen, antilopen en ander wild, maar geen tijgers. Van alle passagiers is ons groepje het enige dat geen tijger te zien krijgt.
In mijn coupé troost Laxman me. ‘U komt nog wel eens terug,’ zegt hij, ‘en dan zult u een tijger zien. Ik weet het zeker.’
Iedereen is het erover eens dat het personeel de grootste luxe van deze reis met het Paleis op Wielen is. De klok rond staan ze paraat om ons op onze wenken te bedienen met thee, drankjes en eten, onze bagage te dragen of koele handdoeken te brengen en dat alles in een sfeer van oprechte waardigheid en gratie.
Ik wil graag meer weten over Laxman en nodig hem uit om even bij mij te komen zitten. Hij stribbelt tegen, maar uiteindelijk stemt hij toe.
Hij is 48 jaar oud, vertelt hij, en werkt al twintig jaar in het Paleis op Wielen. Hij heeft alle drie versies van de trein meegemaakt. Het is bevredigend werk, zegt hij. ‘Veel oudere passagiers vertellen me met tranen in hun ogen dat ik beter voor hen zorg dan hun eigen kinderen.’ Toch is Laxman vastbesloten dat zijn eigen zoon hem niet moet opvolgen. ‘Ik wil dat hij hard studeert en een goede baan vindt.’
In de drie dagen na Ranthambore bezoeken de passagiers de schitterende meren van Udaipur, de gouden zandstenen stad Jaisalmer, midden in de woestijn, en Jodhpur, ooit de trotse hoofdstad van het grootste koninkrijk van Rajasthan en de thuisstad van de Marwaris, de sluwste zakengemeenschap van India.
Het is de voorlaatste dag van de reis en het gezelschap uit de trein vergaapt zich aan de schoonheid van de Taj Mahal in Agra. Een paar jaar geleden waren er twee passagiers van het Paleis op Wielen die elkaar aan boord hadden ontmoet, verliefd werden en zo onder de indruk waren van het monument dat ze elkaar ter plekke ten huwelijk vroegen.
‘En wanneer zijn ze getrouwd?’ vraag ik de manager van de trein.
‘Ik heb hun mijn adres gegeven,’ zegt hij, ‘en gevraagd me dat te laten weten, zodat ik hun een cadeau kon sturen. Maar ik heb nooit meer iets van hen vernomen.’
Misschien stierf de liefde uit het zicht van de magische Taj. Helaas zullen ook de huidige passagiers van het Paleis op Wielen hun sprookjesland moeten verlaten om morgen terug te keren in de echte wereld.
|
| |||||
3 of 5 Reacties |
| Christine on 23 January 2012 ,21:49 Dromerig genietbaar |
| Michel Bryon on 30 November 2010 ,16:35 Gezondheid is het grootste geschenk.Leren tevreden zijn zonder afgunst is de mooiste deugd. |
| Michel Bryon on 30 November 2010 ,16:28 De vraag is , welk volk is het meest tevreden.Een eenvoudig leven kan ook gelukkig zijn:tevreden zijn en gezond!!! | See More Comments |
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail adres* | |
| Reactie* | |
Meest gelezen
Meest gelezen
Quote van de dag
Quote van de dag
-
Je hoeft maar een paar dingen in het leven goed te doen – zolang je niet te veel dingen fout doet.
- RD Redactie -
Werken met je handen is niet onnozel. Je moet er wel degelijk je hoofd bij houden.
- Andy Rooney -
Het enige waardoor ik me ooit oud voelde, was als ik mezelf toestond voorspelbaar te zijn.
- Carlos Santana -
Mensen die denken dat ze alles weten, zijn een bron van ergernis voor mensen die alles weten.
- Terry Marchal -
Langs de weg naar het succes kom je veel gerieflijke parkeerplaatsen tegen.
- Executive Speechwriter
Lachen!
Lachen!
Favorieten van deze week
Reactie aan de redactie
Reactie aan de redactie
Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!
Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?


Plaats op








