Paradijs WEGGESPOELD

HET SCHUDDEN begon om 6 uur 48 uur ’s ochtends. Jack Batchelor, die lag te slapen in zijn strandbungalow op het eiland Upolu in Samoa, dacht eerst dat een van zijn honden zich krabde. ‘Is er een aardbeving?’ mompelde hij toen tegen zijn vrouw Carol. ‘We kunnen maar beter naar buiten gaan.’
Op de veranda voor het huis staarden ze naar het kalme, blauwe water van de Stille Oceaan. Het Amerikaanse stel had onlangs een vakantiepark aan het strand gekocht en opgeknapt. Ze hadden beiden gehoord over de tsunami die enkele jaren eerder in Indonesië had huisgehouden en ze wisten dat de oceaan zich eerst terugtrekt voordat de hoge golven toeslaan. Maar alles leek in orde.
‘Trek voor de zekerheid je sportschoenen aan,’ zei Jack. Carol liep het huis weer in en Jack ging naar de badkamer. Toen hij even later terugkwam, schreeuwde hij: ‘Carol, kom hier!’
Het water was verdwenen, een stuk kaal strand achterlatend, waarop vissen lagen te spartelen. Waar het rif in de baai komt, achthonderd meter van de kust, strekte zich een enorm moddergat van wel twee kilometer uit naar de horizon.
‘Rennen, Carol!’ riep Jack. ‘Ik ga Kenny halen.’ Hun vriend woonde met zijn familie honderd meter verderop.
‘Niet doen!’ gilde Carol, doodsbang. Maar Jack was al op weg. Carol stoof de heuvel op.
JACK EN CAROL Batchelor waren al samen sinds de middelbare school in Eugene (Oregon). Ze trouwden toen Carol net 18 was en Jack 20. Jack ging werken in het constructiebedrijf van zijn vader. In de loop van de jaren bouwde Jack voor Carol en hun twee kinderen een huis op een grote lap grond, met genoeg ruimte voor Carols antiekverzameling en haar twee paarden. Hun vakanties brachten ze door in Polynesië. Ze genoten van het tropische klimaat – Jack had last van jicht en hij voelde zich daar beter.
Het echtpaar droomde ervan naar Samoa te verhuizen, en de regen van Oregon, de stress van Jacks bedrijf en Carols baan als hoofd personeelszaken achter zich te laten. In 2009, toen hun kinderen de deur uit waren, verkochten ze hun huis en staken hun spaargeld in een vakantiepark waar ze vaak waren geweest, Boomerang Creek. Het was een verzameling bungalows langs een wit zandstrand aan de zuidkust van Upolu, dat ze omdoopten tot Lupe Sina (witte duif in het Samoaans). Achter het park stortte een waterval van een klif die met varens, wilde orchideeën en kokospalmen was begroeid. Voor Jack en Carol was het een paradijs, maar wel een met roestige leidingen en slechte bedrading.
Het klassieke Samoaanse huis is de fale, een ronde bungalow gebouwd op betonnen platen, met tussenwanden van bamboe waarop open of getraliede ramen zonder glas rusten en een rieten of metalen dak. Terwijl Carol, toen 48, de administratie deed en de gasten verwelkomde nam Jack, toen 50, mensen in dienst om de 12 vervallen fales van het park te renoveren. Ze vervingen de bedrading, de leidingen en de septische tank, maakten nieuwe metalen daken en schilderden de fales wit, met blauwe kozijnen. Daarna pakten ze de groenvoorziening aan.
Het minimumloon in Samoa is nog geen dollar per uur, maar de Batchelors betaalden meer dan het dubbele en ze deden hun best om de leefomstandigheden van de arbeiders te verbeteren. Iedere koerier of vuilnisman vertrok met een ijskoud drankje of een ijsje. Als een van de arbeiders niet had ontbeten, gaf Jack hem een portie roerei.
In september 2009, zes maanden nadat de verbouwing was gestart, kende bijna iedereen op het eiland de grote Amerikaan met z’n Hawaï-shirt en petje. Carol, die het verschrikkelijk had gevonden om familie en vrienden achter te laten, besefte dat ze een nieuwe familie hadden gevonden in hun Samoaanse vrienden en buren.
‘RENNEN!’ schreeuwde Jack, terwijl hij naar het huis van Kenny spurtte. Zoals de meeste Samoanen deelde de 33-jarige Tini ‘Kenny’ Suafai zijn huis met zijn hele familie van twaalf personen. Hij had vier kleine kinderen en verdiende de kost met timmeren, tuinieren en klussen voor Jack. Nu was de Samoaan, zich niet bewust van het gevaar, op het strand bezig de spartelende vissen op te scheppen. Een aantal kleine kinderen dartelde om hem heen. Hij keek verbaasd op naar zijn vriend.
Jack wees naar de oceaan en riep: ‘Kijk!’ Met zijn rechterarm pakte hij de zesjarige Michael, een zoontje van Kenny, op, greep vervolgens een andere kleuter met zijn linkerarm en haastte zich naar hoger gelegen grond, met de twee kinderen onder zijn armen geklemd.
Kenny draaide zich om en keek naar de horizon. Toen begon ook hij te rennen. Achter hem raasde een zeven meter hoge muur van water op de kust af.
DE TONGAtrog, een diep ravijn in de oceaanbodem op honderdvijftig kilometer ten zuidwesten van Samoa, is een van de meest actieve aardbevingsgebieden ter wereld. De meeste seismische activiteit vindt diep in zee en ver van de kust plaats en wordt aan land niet opgemerkt. Maar geologen weten al jaren dat een voldoende zware beving op de juiste diepte een tsunami kan veroorzaken, die de zuidkust van Upolu in zo’n elf à twaalf minuten kan bereiken. Er zou dan nauwelijks enige waarschuwing zijn en, met de smalle stranden en de hoge kliffen, amper mogelijkheid tot ontsnappen. De Samoaanse overheid zendt regelmatig informatieve programma’s uit op radio en tv, waarin mensen worden gewaarschuwd om bij een aardbeving naar hoger gelegen terrein te vluchten. Maar Samoa werd voor het laatst door een tsunami getroffen in 1960 en dat was een kleintje, aan de oostkant van het eiland. Dus maakten weinig bewoners zich zorgen over het gevaar. En niemand had het aan Jack en Carol Batchelor verteld.
Maar op 29 september 2009 vonden kort na elkaar twee aardbevingen, met een kracht van 8,0 en 7,9 op de schaal van Richter, plaats in de Tongatrog. Er ontstonden enorme golven, die op de eilanden afrolden.
DE EERSTE GOLF die Jack ramde, kwam tot zijn middel en hij zakte op zijn knieën. God sta me bij, dacht hij, terwijl hij overeind krabbelde, met de kinderen onder zijn armen. Achter zich zag hij een schuimende, witte muur die zich kilometers lang uitstrekte langs de kust. Die kwam op hem af met een snelheid van meer dan 550 km/u.
Hij dook het water in en probeerde op de golf te blijven, als een soort bodysurfer. De kolkende branding sleurde hem honderd meter over de strandweg en door een bananenplantage, waarbij zijn lichaam rondtolde en langs bomen en struiken schuurde. De peuter werd onder zijn linkerarm vandaan gerukt.
Het geraas van het water was oorverdovend. Mensen gilden. Bomen versplinterden. Gebouwen spatten uit elkaar. Maar Jack hoorde niets. Hij zat in een wereld van draaiende, kolkende turbulentie die hem acht meter de heuvel op duwde, tot hij tot stilstand kwam – onder water.
Zijn benen zaten vast in een kluwen van bananenbladeren, wortels en stenen. Hij zag de blauwe lucht en het groene bladerdak boven het kolkende oppervlak. Maar hij kon zijn benen niet bevrijden. Onder zijn rechterarm had Jack nog steeds Kenny’s zoon in een ijzeren greep.
Toen hij een rots zag die boven het oppervlak uitstak, nam hij een besluit: als hij het kind op die rots kon gooien, zou de jongen misschien overleven. Hij duwde het kleine lijfje van de jongen met beide handen omhoog, tegen de waterdruk in. Daarna reikte hij naar beneden en rukte aan de wortels die zijn benen gevangen hielden. Zo wil ik niet sterven, dacht hij.
Ook CAROL ZAT in een nachtmerrie, zo’n honderd meter verderop. Ze was naar boven gerend via de hellende oprit achter het park. Maar ze had de vorige dag drie ribben gebroken toen ze over een pvc-buis was gestruikeld. Bij elke ademhaling schoot een pijnscheut door haar ribben. Aan het eind van de zestig meter lange oprit, waar het klif begon, kon ze voor haar gevoel niet verder. De golf denderde achter haar aan, besproeide haar met een zoute mist. Haar hart bonsde. Nog iets verder, spoorde ze zichzelf aan. Rotsen, wortels en takken grijpend, trok ze zich verder de rotsen op.
Opeens hield het geraas op. Het water had zich teruggetrokken en alles – de weg, de bungalows, de bomen – was verdwenen. De blauwe zee was weer kalm, er was geen wolkje aan de lucht. Op de een of andere manier was de golf in een V-patroon om Carol heen gespoeld, zonder haar te raken. Haar voeten waren niet eens nat.
‘Jack!’ gilde ze.
Een stem riep vanaf het klif achter haar. Het terugtrekkende water had Jack op de heuvel gedumpt, hij was gekneusd, bebloed, z’n shirt was gescheurd, maar hij leefde nog. Op een rots boven hem zat het kind van Kenny, ongedeerd, in opperste verwarring.
DE TSUNAMI DOODDE 143 mensen in Samoa, waaronder vier van Jack en Carols werknemers (er waren op dat moment geen gasten). De fales aan beide kanten van het park waren vernield. Het lichaam van Kenny spoelde een week later aan, op een strand enkele kilometers naar het oosten. Kenny’s vrouw en twee van zijn vier kinderen overleefden de tsunami, maar het kind dat uit Jacks armen was gerukt werd nooit gevonden.
De plaatselijke krant publiceerde Jacks verhaal: ‘Man redt kind in heldhaftige actie’. Maar hij voelde zich geen held. Hij werd geplaagd door nachtmerries. Steeds opnieuw hoorde hij de golven over zich heen slaan, voelde hij hoe de peuter uit zijn armen werd gerukt en z143 mensen in Samoa, waaronder vier van Jack en Carols werknemers (er waren op dat moment geen gasten). De fales aan beide kanten van het park waren vernield. Het lichaam van Kenny spoelde een week later aan, op een strand enkele kilometers naar het oosten. Kenny’s vrouw en twee van zijn vier kinderen overleefden de tsunami, maar het kind dat uit Jacks armen was gerukt werd nooit gevondenag hij hoe Kenny werd weggeslagen. Carol kon niet eten, slapen of zich concentreren.
Ondanks hun verdriet ondergingen Jack en Carol een innerlijke verandering. Omdat ze geen verzekering hadden, waren ze bijna alles kwijt. Maar ze raakten ervan overtuigd dat ze gespaard waren om hun Samoaanse ‘familie’ te helpen. ‘We willen iets voor hen doen wat niet wordt uitgewist door een overstroming,’ zegt Carol.
Daarom hebben ze hun laatste spaargeld geïnvesteerd in een nieuw bedrijf, Northern Forest Resources, om hout uit Fiji te verwerken. Een deel van het hout wordt geëxporteerd, de rest wordt geïmporteerd naar Samoa, waar het tegen een gereduceerde prijs wordt verkocht, zodat de lokale bewoners hun huizen kunnen herbouwen. De Batchelors sturen 25 procent van de opbrengst terug naar Fiji voor steun aan scholen, wegen en ontwikkelingswerk.
Zelf wonen ze in het huis van een vriend en dragen ze kleren van het Rode Kruis. ‘Dat is niet belangrijk,’ zegt Carol. Wat nu belangrijk is zijn de Samoaanse vrienden van wie de Batchelors zijn gaan houden. ‘We hebben niets,’ besluit Carol, ‘maar eigenlijk hebben we alles.’
|
| |||||
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail adres* | |
| Reactie* | |
Meest gelezen
Meest gelezen
Quote van de dag
Quote van de dag
-
Je hoeft maar een paar dingen in het leven goed te doen – zolang je niet te veel dingen fout doet.
- RD Redactie -
Werken met je handen is niet onnozel. Je moet er wel degelijk je hoofd bij houden.
- Andy Rooney -
Het enige waardoor ik me ooit oud voelde, was als ik mezelf toestond voorspelbaar te zijn.
- Carlos Santana -
Mensen die denken dat ze alles weten, zijn een bron van ergernis voor mensen die alles weten.
- Terry Marchal -
Langs de weg naar het succes kom je veel gerieflijke parkeerplaatsen tegen.
- Executive Speechwriter
Lachen!
Lachen!
Favorieten van deze week
Reactie aan de redactie
Reactie aan de redactie
Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!
Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?


Plaats op








