Scott Neeson met twee van zijn pupillen. Photo: M.t.v. Scott Neeson

Ik ruik de vuilnisbelt lang voordat ik hem zie. Ik ben naar Phnom-Penh gekomen om Scott Neeson te vergezellen op een van zijn regelmatige bezoeken aan Steung Meanchy, een 30 meter hoge berg rottend afval die zich uitstrekt over een gebied van 11 hectare bij de hoofdstad van Cambodja. We dragen rubberlaarzen en een lange broek, en een hemd dat we later zullen weggooien. De stank is overweldigend: een cocktail van rottend vlees, zwavel en uitwerpselen.

Ik onderdruk de misselijkheid terwijl ik de dikke, bijtende rook van honderden smeulende vuurtjes inadem. ‘Voorzichtig,’ zegt Neeson, terwijl hij naar een weggegooide injectienaald wijst. ‘Je wilt niet weten wat voor ziektes je kunt oplopen als je daar in trapt.’ Op deze belt belandt niet alleen huishoudelijk afval, maar ook dat van ziekenhuizen: gebruikte injectienaalden, lichaamsdelen en zelfs geaborteerde foetussen.

Het is alsof we in een moeras lopen: één verkeerde stap en je zinkt weg in een soort drijfzand van giftige drab. Boven op de top van de uitgestrekte stortplaats zie ik door een rokerige nevel talloze vuilnisverzamelaars. Er lopen wat volwassenen rond maar er zijn vooral veel kinderen.

Tot mijn afgrijzen lopen de meesten blootsvoets. Hun huid is zwart door de zon en het vuil. Ze dragen een zak over hun schouder voor afval dat kan worden hergebruikt. Een stoet uitpuilende vuilniswagens dendert voorbij, op de voet gevolgd door een rij kinderen die allemaal de eerste keus willen hebben als de vrachtwagens hun lading lossen. ‘Die chauffeurs zijn meedogenloos,’ zegt Neeson. ‘Ieder jaar rijden ze diverse afvalverzamelaars aan.’

Neeson groet talloze kinderen en vraagt hen: ‘Gaat alles goed?’ Als een kind gewond is of klappen heeft gekregen – iets wat vaak voorkomt op de vuilnisbelt – zorgt hij voor medische hulp. Op ongeveer 50 meter afstand zie ik drie vuilnisverzamelaars boven op het afval in een hutje van plastic en karton liggen.

‘Zijn ze aan het uitrusten?’ vraag ik Neeson.

‘Nee. Daar wonen ze.’

Iedereen kent Neeson want hij komt verschillende keren per week en heeft ruim vierhonderd kinderen ondergebracht bij de liefdadigheidsinstelling die hij heeft opgericht, het Cambodian Children’s Fund (CCF ). Maar ook andere kinderen hebben hulp nodig. ‘Het is hartverscheurend,’ zegt Neeson terwijl hij knielt en een lachend zesjarig kind op zijn knie neemt. ‘Het liefste zou ik al deze kinderen helpen.’

Het verhaal van hoe Scott Neeson ertoe kwam deze straatarme kinderen te helpen, leest als een filmscript, en die vergelijking kan hij wel waarderen. In 2003 had Neeson, toen 44 jaar oud, een belangrijke functie in de filmwereld, wat hem de bijnaam ‘Mr. Hollywood’ opleverde. Als vicepresident marketing van Sony Pictures had hij zijn schaapjes op het droge: een salaris van ruim een miljoen dollar, een prachtige villa in Beverly Hills, een privéjacht van 12 meter, een Porsche 911, een dure motor en een dikke SUV.

Tot zijn kennissenkring behoorden Mel Gibson, Tom Cruise, Harrison Ford en andere filmsterren. De vrijgezel werd regelmatig gespot met een prachtige vrouw aan zijn arm.

Neeson had zich zonder schooldiploma omhoog gewerkt van hulpje bij een bioscoopexploitant in Adelaide (Australië) tot een van Hollywoods invloedrijkste mensen. Maar er ontbrak iets in zijn leven. Tegen een goede vriend zei hij: ‘Er moet toch meer zijn in het leven dan het maken van films?’ Zijn collega’s deden het af als stress. Dat komt wel vaker voor in de keiharde, snelle wereld van de filmindustrie.

In 2003 besloot hij er vijf weken tussenuit te gaan om een wandel- en motorreis door Azië te maken. ‘Het komt wel goed,’ zei iedereen. ‘Hij moet er gewoon even tussenuit.’

Hoewel Neeson niet meer dan enkele dagen in Phnom-Penh had gepland, werd hij getroffen door de grote armoede, en hoe de Cambodjanen onder die omstandigheden toch vriendelijk en vol moed blijven.

Toen hij een kind op straat zag bedelen, bood hij het straatarme gezin van het kind zijn hulp aan. Hij betaalde hun huur, kocht een koelkast voor hen en gaf hun ook geld om hun kinderen naar school te sturen. Twee weken later ontdekte hij dat de ouders van het kind al zijn geschenken hadden verkocht en het geld met gokken en drank hadden verpatst.

Een Cambodjaanse vriend zei: ‘Je bent naïef, Scott. Deze mensen gebruiken je.’ Hij adviseerde Neeson naar de beruchte vuilnisbelt Steung Meanchy te gaan, waar de allerarmsten leven. ‘Daar zijn kinderen die je hulp echt nodig hebben.’

Neeson kreeg tranen in de ogen toen hij het gekrioel op de vuilnisbelt zag. Honderden vuilnisverzamelaars, waaronder achtergelaten kinderen, doorzochten het giftige afval op zoek naar recycleerbaar glas, metaal of papier in de hoop daar iets mee te verdienen.

De miljonair was diep geschokt dat hier zelfs kinderen van twee jaar oud scharrelden, achtergelaten door hun moeder omdat hun nieuwe partner weigerde hun kinderen uit een vorige relatie te onderhouden.

Neeson zag een in lompen gekleed kind dat zo roetzwart was dat hij niet kon zien of het een jongen of een meisje was. Hij vroeg zijn tolk het kind te roepen. Haar naam was Rithy, en ze was twaalf jaar oud. Ze vertelde hem dat ze nog nooit naar school was geweest. Een ander meisje, Nich, van negen jaar, kwam bij hen staan. Ze stonken allebei een uur in de wind. Hij vroeg de meisjes of hij hun moeders kon ontmoeten en gaf die ieder 10 dollar. Hij sprak af hen de volgende dag weer te ontmoeten.

Toen Neeson de dag daarna in een café aan de rivier in de toeristenwijk van Phnom-Penh zat, kwamen er twee kinderen aan zijn tafel. Het waren Rithy en Nich, die zo waren opgepoetst dat Neeson hen niet herkende.

Hij beloofde hun moeders 50 dollar per maand als ze hun dochters naar school zouden sturen in plaats van naar de stortplaats. Ze stemden ermee in.

Op het terras keek Neeson toe terwijl de meisjes – voor de eerste keer in hun leven gelukkig – een ijsje aten, en vroeg zich af: Is het zo eenvoudig om het leven van twee kinderen te veranderen?

Toen hij terug naar huis vloog en door het raampje Phnom-Penh zag, dacht Neeson: Het is heel simpel. Ik heb zo veel. Zij hebben zo weinig.

Vanaf dat moment besloot hij om tijdens zijn vele zakenreizen elke maand zeker een paar dagen in Phnom-Penh door te brengen.

Zeven maanden later had Neeson een gebouw in Phnom-Penh gehuurd, wat personeel aangenomen en twaalf dakloze kinderen van de straat en de vuilnisbelt van Steung Meanchy gered. Hij overwoog om zich permanent in Phnom-Penh te vestigen, maar twijfelde nog.

Hij hakte de knoop door nadat hij tijdens een bezoek aan de Cambodjaanse hoofdstad een telefoontje had gekregen. Het was een manager die met een beroemde filmster door Europa trok om promotie te maken voor diens nieuwste film.

‘Scott, er is een probleem,’ zei de manager.

Neeson, die ’s morgens net had gehoord dat vijf kinderen in zijn nieuwe opvanghuis tyfus hadden, antwoordde: ‘Wat is er aan de hand?’

‘Het is echt een enorm probleem,’ zei de manager. ‘In het privévliegtuig dat de studio heeft gehuurd hebben ze niet het juiste bronwater en eten dat we hebben besteld. We stappen niet in voordat dit is gefixt.’

Toen greep de filmster de telefoon uit de handen van zijn manager en zei: ‘Scott, mijn leven hoort NIET zo ingewikkeld te zijn. Zorg dat het in orde komt!’

Dit was het keerpunt. Kort daarop nam Neeson ontslag en zei vaarwel tegen Hollywood, zijn Porsche, jacht, motor en zijn salaris.

In 2004 stichtte hij het CCF met ruim honderdduizend dollar van zijn eigen geld. Om de kosten te drukken sliep hij in zijn kantoortje in het gebouw dat de liefdadigheidsinstelling in Phnom-Penh had gehuurd. Hij verplaatste zich door de stad met een scooter.

Het was aanvankelijk zijn bedoeling 45 kinderen voeding en onderwijs te geven en acht personeelsleden aan te nemen. Aan het eind van het eerste jaar had hij bijna honderd kinderen. Een jaar later waren het er tweehonderd.

Inmiddels biedt het CCF ruim 400 kinderen onderdak, voedsel, kleding, gezondheidszorg, onderwijs en een beroepsopleiding en heeft het 47 mensen in dienst.

In een keurig gebouw van vier verdiepingen typen talloze kinderen op computers, lezen Engels of houden siësta in hun goed onderhouden slaapzalen.

Buiten stopt een bestelwagen. ‘Daar is Scott!’ roepen de kinderen en rennen de trap af. De 1 meter 80 lange man met zijn blauwe ogen komt binnen, schopt zijn slippers uit en neemt twee joelende kinderen in zijn armen. Twee andere springen op zijn rug, terwijl hij door een groeiende menigte opgewonden jongens en meisjes waadt, die allemaal vragen: ‘Til je me op, Scott?’

Stralend vraagt Neeson: ‘Heb je ooit zo veel vrolijkheid bij elkaar gezien?’ Mocht Scott Neeson Hollywood missen dan weet hij dat goed te verbergen. Hij verklaart: ‘Ik praat liever niet over die tijd. Dat is voorbij.’

De exploitatie van het tehuis kost jaarlijks zo’n 1,5 miljoen euro. Enkele malen per jaar vliegt Neeson daarom naar Los Angeles om geld in te zamelen, maar na een kleine week kan hij meestal niet wachten om naar Azië terug te keren. Hij praat niet graag in het openbaar en laat de verhalen over ‘zijn kinderen’ meestal voor zichzelf spreken.

Zoals dat van de zeventienjarige Kunthea. Sinds hij op driejarige leeftijd zijn ouders verloor, leefde hij op de vuilnisbelt. Nadat hij Engels had geleerd bij het CCF, werkt hij nu als kok in het trendy Metro Café van Phnom-Penh. Hij zou graag een eigen restaurant beginnen.

Dan is er de negenjarige Eang, die vol zweren en vuil zat toen Scott haar vond. Nu is ze gezond, leeft in een tehuis van het CCF en gaat naar een openbare school. Ze wil het liefst lerares Engels worden.

Nyta, dertien jaar oud, was nog nooit naar school geweest toen Scott haar in haar eentje op de vuilnisbelt vond. Een plaatselijke weldoener betaalde haar opleiding aan een toonaangevende Engelstalige school in Phnom-Penh. Omdat de andere leerlingen haar pestten omdat ze een ‘vuilnisverzamelaar’ was geweest, kwam ze vaak huilend thuis in het CCF-opvangcentrum. Maar ze gaf niet op. ‘Ze eindigde haar eerste schooljaar als de beste leerling van de klas,’ vertelt Neeson trots.

Na vijf jaar in Cambodja zegt Nee-son dat dit pas het begin is. ‘Het is mijn levenswerk, ik ben verknocht aan deze kinderen.’ Zijn grootste hoop is dat enkele van zijn kinderen opklimmen tot de top van de Cambodjaanse samenleving.

Het laatste project van Neeson is een dependance van zijn school in een sloppenwijk bij Steung Meanchy. ‘Het is weinig meer dan een hut met een tl-buis,’ legt hij uit. Hij heeft de school geopend om kinderen die op de wachtlijst staan voor het CCF alvast Engelse les te geven.

‘Ze willen allemaal zo graag iets leren,’ zegt Neeson. Toen hij deze nieuwe school opende, verwachtte hij 25 kinderen. Het zijn er nu ruim 100.

Enige tijd geleden vroeg Neeson aan een van deze kinderen, de zes jaar oude Leng, wat ze voor haar verjaardag wilde. ‘Ze was helemaal verbluft,’ herinnert Neeson zich. ‘Niemand had haar dat ooit gevraagd.’

Enkele dagen later zei ze: ‘Ik wil een verjaardagstaart.’

‘Ik kocht de grootste taart die ik kon vinden en liet er haar naam op schrijven,’ zegt hij. Honderden vuilnisverzamelaars kwamen op het feest en zongen in gebrekkig Engels ‘happy birthday’ voor het verbaasde meisje.

‘Zij huilde, ik huilde, en vele anderen hadden tranen in de ogen,’ zegt Neeson.

Later op die avond, lang nadat de taart was opgegeten en iedereen naar zijn bescheiden onderkomen was teruggekeerd, liep Neeson langs de hut van Leng en hoorde haar zachtjes voor zichzelf zingen: ‘Happy birthday to me, happy birthday to me, happy birthday dear Leng, happy birthday to me.’

 

Meest gelezen in Inspiratie

  1. Internetzwendel: 7 valkuilen
  2. OPERATIE VUILNISBELT
  3. DE DAG DOOR MET autisme

Meer Artikels

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail adres*
Reactie*

Reactie aan de redactie

Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!

Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?

Stuur uw reactie!