Lessen uit de jungle

Dit jaar viert Jane Goodall, wereldberoemd om haar revolutionaire onderzoek naar dierengedrag, haar vijftigjarige jubileum als pionier in de bestudering van chimpansees in het wild. Haar onderzoeksterritorium was het huidige Gombe Stream National Park in Tanzania.
Ze was de eerste mens die ooit werd opgenomen door een groep chimpansees en bood de rest van de wereld zodoende een onvergetelijke kennismaking met types als David Greybeard, Fifi en Frodo. Onvergetelijk omdat ze zo op de mens leken, met emoties als vreugde, verdriet, genegenheid en wrok. Met haar onderzoek, dat ze in 1971 beschreef in haar boek In de schaduw van de mens , toonde ze aan dat we ons apen beter kunnen voorstellen als nauwe verwanten dan als een andere soort. Met haar lezingen en tv-documentaires werd ze wereldberoemd.
Tegenwoordig richt de van oorsprong Britse Goodall zich met haar Jane Goodall Institute (JGI) en een populair jongerenprogramma op het milieu en het welzijn van dieren. Ze kreeg een onderscheiding van de Verenigde Naties en werd geridderd door de Britse koningin. Volgens de inmiddels overleden evolutiebioloog Stephen Jay Gould ‘kan haar werk met chimpansees worden gezien als een van de grootste westerse wetenschappelijke prestaties’.
Goodall is nu een 76-jarige grootmoeder, maar nog altijd een brok energie. Ze is driehonderd dagen per jaar onderweg om lezingen te geven in uitverkochte zalen en materiaal te verzamelen voor haar boeken, die tot nadenken stemmen. Haar laatste boek, Hoop voor dier en wereld, verscheen vorig jaar.
Ik ontmoette Goodall in Boston (VS), waar ze zou spreken aan de universiteit van Harvard. Toen ik haar hotelsuite binnenkwam, zag ik een speelgoedchimpansee op haar open koffer zitten. Ze legde uit dat ze het pluchen beest van een collega had gekregen (ter vervanging van een exemplaar dat ze ooit van haar vader had gekregen) en dat ze de speelgoedaap, die Mr. H. heet, overal mee naartoe neemt.
Reader’s Digest: Hoe vaak gaat u terug naar Gombe Stream National Park?
Jane Goodall: Twee keer per jaar, al is het maar kort. Ik ga ernaartoe om spiritueel bij te tanken. Ik bestudeer geen chimpansees meer. Ik word nog altijd door de oudere dieren herkend. Fifi, die twee jaar geleden stierf, wist altijd wanneer ik terugkwam. Het was bijna griezelig. Er zijn dingen die de wetenschap niet kan verklaren.
RD: Kunt u vertellen wat u de afgelopen vijftig jaar hebt geleerd van de chimpansees in het wild?
JG: Een beetje nederigheid. Wij mensen zijn uniek, maar we zijn niet zo anders als we vaak denken. Het DNA van mensen en chimpansees verschilt slechts één procent. Het grootste verschil is dat wij een gesproken taal hebben, waardoor we ons cultureel konden ontwikkelen op een manier die chimpansees niet kunnen. Met het onderzoek in Gombe hebben we geleerd niet alleen meer respect te hebben voor chimpansees, maar ook voor andere dieren. Daarnaast is mij duidelijk geworden dat agressief gedrag van mensen waarschijnlijk een erfenis is van een uitgestorven primaat die zo’n zes miljoen jaar geleden leefde. Maar we hebben ook liefde, medeleven en altruïsme geërfd. Deze eigenschappen zien we ook bij chimpansees. Als we dus geloven in een gemeenschappelijke voorouder, dan kan het niet anders dan dat we deze eigenschappen – duister en nobel – al onze hele evolutie als mens hebben. Sommigen menen dat oorlog en geweld daarom onvermijdelijk zijn. Ik vind dat onzin. Onze hersenen zijn heel goed in staat om dit soort instinctief gedrag te onderdrukken. En meestal doen we dat ook.
RD: Afgaande op uw laatste boek lijkt het dat u voorstander bent van het in gevangenschap fokken van dieren die op het punt van uitsterven staan. Tegenstanders daarvan menen dat dat geen nut heeft omdat die dieren niet in het wild kunnen overleven.
JG: Om misverstanden te voorkomen: ik ben er geen voorstander van om dieren in gevangenschap te houden. Als je chimpansees eenmaal van hun moeder weghaalt en ze in geïsoleerde kooien opsluit, weten ze niet meer hoe ze chimpansee moeten zijn, ook al kunnen ze elkaar horen. Ik vind het afschuwelijk om dieren in gevangenschap onder dwang te zien paren – [zelfs] als het gaat om de Californische condor, een van de meest bedreigde diersoorten in de VS. Maar als we een aantal van deze soorten niet in gevangenschap hadden grootgebracht, zouden ze er nu niet meer zijn. Sommige van deze soorten die op het randje staan, zullen weer terugkeren. En dieren die in gevangenschap zijn grootgebracht kunnen wel degelijk overleven in het wild en zich daar voortplanten.
RD: Wat vindt u van radicale dierenrechtenbewegingen die tegen elke vorm van het gebruik van dieren zijn?
JG: Ik ben uitgemaakt voor een rabiate antidierproefactiviste, al sta ik niet achter de extremere acties van dierenbevrijders. Ik denk dat extremisme zijn beste tijd gehad heeft, omdat het iedereen die de natuur wil beschermen een slechte naam geeft.
RD: Toch menen uw critici dat u veel te ver gaat in het beschermen van bedreigde soorten – zoals slakken en kevers – en daarmee de vooruitgang en ontwikkeling van arme landen belemmert.
JG: Het enige antwoord daarop is dat we nog steeds niet goed weten hoe alles met elkaar verbonden is in het leven. Wanneer we één schakel uit het ecosysteem halen – bijvoorbeeld een insect – blijkt dat misschien een belangrijke voedselbron te zijn voor een ander dier. Dat kan hogerop in de voedselketen weer gevolgen hebben. En als deze soort ook uitsterft, wel, dan stort het hele ecosysteem misschien uiteindelijk wel in. We weten gewoon nog niet voldoende hoe alle onderdelen in elkaar steken.
RD: U bent vegetariër. Veel dieren zijn vleeseters, waarom zou de mens dan geen vlees mogen eten?
JG: Omdat de mens een moreel besef heeft. Wij zijn in staat te zien dat een dier kan lijden en dus dienen we dat in overweging te nemen. Veel vlees eten is schadelijk voor het milieu en de gezondheid van de mens; de vleesindustrie laat dieren verschrikkelijk lijden en veroorzaakt broeikasgassen in de vorm van methaan. Wie per se vlees wil eten zou zich moeten beperken tot scharrel- en biologisch vlees.
RD: Zegt u dat chimpansees geen moreel besef hebben?
JG: Niet zoals de mens. Ze hebben gevoelens, maar geen moreel besef. Tot op zekere hoogte begrijpen ze dat ze iemand pijn doen. Maar ik denk dat alleen de mens in staat is tot kwaadaardigheid, zoals martelen. Chimpansees hebben niet het intellect om zo te denken. De anatomie van de hersenen van de chimpansee en de mens is vrijwel gelijk, maar onze hersenen zijn groter. Het is dus niet verwonderlijk dat chimpansees intellectuele vermogens hebben waarvan we ooit dachten dat ze uniek waren voor de mens. Zo begrijpen ze abstracte symbolen, kunnen ze zeker vierhonderd tekens van een gebarentaal leren, de onmiddellijke toekomst plannen en gereedschap maken en gebruiken. Ze vertonen emoties die vergelijkbaar zijn met geluk en verdriet, angst, wanhoop en woede. Ze kennen rouw en er zijn tekenen van klinische depressie waargenomen bij babychimpansees die hun moeder hebben verloren. Ze hebben gevoel voor humor en een zeker zelfbewustzijn. Ergens in de evolutie hebben mensen een complexe taal ontwikkeld die, denk ik, de explosieve groei van ons intellect mogelijk maakte. We hebben het unieke vermogen om te discussiëren en gevoelens te uiten. En dankzij dit vermogen kunnen we een moreel besef ontwikkelen.
RD: De wereld wordt bedreigd door klimaatverandering, overbevolking en milieurampen. Kunt u ’s nachts nog wel zonder nachtmerries slapen?
JG: Als je overdag er alles aan gedaan hebt om de wereld te verbeteren, ben je zo moe dat je vanzelf wel in slaap valt. Er zijn nog zoveel positieve dingen. Als je blijft tobben over wat er allemaal misgaat, word je nutteloos.
RD: Staat de aarde er nu beter voor dan toen u in 1960 met uw werk begon?
JG: In de meeste opzichten is de wereld slechter af. De wereldbevolking is explosief gegroeid, net als de schade aan het ecosysteem. We hebben nog steeds te maken met diersoorten die dreigen uit te sterven en met klimaatverandering. Ik denk soms dat we dommer geworden zijn. We vragen ons niet af wat de gevolgen van de beslissingen van vandaag zijn voor volgende generaties, maar wat de gevolgen zijn voor onze portemonnee. Misschien is er een scheiding gekomen tussen het slimme brein en het hart – de zetel van liefde en medeleven.
RD: Waar staat u in de strijd tussen darwinisme – de theorie dat de mens afstamt van de aap – en creationisme – dat God de mens heeft geschapen?
JG: Hoe we zijn geworden zoals we nu zijn, is volstrekt onbelangrijk vergeleken met de vraag hoe we samen de puinhoop kunnen opruimen die we van deze wereld hebben gemaakt.
RD: Gelooft u in God?
JG: Ik heb geen flauw idee wie of wat God is. Maar ik geloof wel in een spirituele kracht. Ik weet niet hoe ik die moet noemen. Ik voel dat vooral wanneer ik in de natuur ben. Het is iets wat gewoon groter en sterker is dan wat ik ben of wie dan ook is. Dat voel ik. En dat is genoeg voor mij.
RD: Wie heeft de grootste invloed op uw leven gehad?
JG: Mijn moeder, die een zeer wijze vrouw was. Ze zei: ‘Je bent in deze familie geboren en je grootvader was christen, dus ben je opgegroeid als christen. Maar je had ook ergens in het Midden-Oosten geboren kunnen zijn, en dan zou je over Allah praten. Of wie weet was je geboren in een joodse familie … of een boeddhistische familie …’ Mijn moeder plaatste de dingen altijd in het juiste perspectief. Ze zei dat er maar één God kan zijn, en dat het van de plek waar we opgroeien afhangt hoe we hem noemen.
RD: U lijdt aan een zeldzame neurologische aandoening die bekendstaat als gezichtsblindheid. Daardoor kunt u moeilijk gezichten van mensen herkennen. Had u hetzelfde probleem bij chimpansees?
JG: Ja. En dat betekende dat het me meer tijd kostte om de chimpansees te leren kennen en hun gezichten aan hun namen te koppelen.
RD: En toch bent u ondanks deze hindernis de beroemdste primatoloog van de wereld. Hebt u zich nooit afgevraagd ‘waarom ik’?
JG: Ja, voortdurend. Ik blijf me erover verbazen. Ik denk dat het iets te maken heeft met mijn vermogen om mensen te raken. Ik heb bepaalde gaven gekregen. Ik kan voor een zaal met vijfduizend mensen staan, die geboeid naar mij blijven luisteren. Ik kan goed schrijven. En met deze gaven probeer ik iets te bereiken. En ik heb een belangrijke boodschap … Wanneer we de kennis van de mens en de veerkracht van de natuur weten te combineren, is er nog hoop voor aangetaste landschappen en bedreigde diersoorten. Veel jonge mensen schrijven me en zeggen: ‘U hebt me laten zien dat je iets kunt bereiken in het leven en dat ik dus ook iets kan bereiken.’
RD: Een groot deel van uw leven wisselde u een bestaan in de jungle af met een leven in de spotlights. Zaten er onverwachte voordelen aan dat dubbelleven?
JG: Je zou eens moeten weten hoe vaak ik een man heb horen zeggen: ‘Terwijl jij verliefd was op Tarzan, was ik verliefd op jou, Jane.’
RD: Een laatste vraag: hebt u hoop voor de toekomst?
JG: Ja, maar – en ik zeg nadrukkelijk maar – alleen als we allemaal ons steentje bijdragen. Alleen als we beseffen dat ieder van ons de planeet beïnvloedt, elke dag. Ieder van ons heeft de mogelijkheid om verschil te maken. Maar als je niet meer hoopt, probeer je het ook niet meer.
|
| |||||
Reageer op dit artikel
| Naam* | |
| E-mail adres* | |
| Reactie* | |
Meest gelezen
Meest gelezen
Quote van de dag
Quote van de dag
-
Je hoeft maar een paar dingen in het leven goed te doen – zolang je niet te veel dingen fout doet.
- RD Redactie -
Werken met je handen is niet onnozel. Je moet er wel degelijk je hoofd bij houden.
- Andy Rooney -
Het enige waardoor ik me ooit oud voelde, was als ik mezelf toestond voorspelbaar te zijn.
- Carlos Santana -
Mensen die denken dat ze alles weten, zijn een bron van ergernis voor mensen die alles weten.
- Terry Marchal -
Langs de weg naar het succes kom je veel gerieflijke parkeerplaatsen tegen.
- Executive Speechwriter
Lachen!
Lachen!
Favorieten van deze week
Reactie aan de redactie
Reactie aan de redactie
Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!
Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?


Plaats op








