In Porto (Portugal) heeft Maria da Conceição Sousa, 41 jaar oud, altijd gestemd, maar bij de Europese verkiezingen deze maand gaat ze niet stemmen. ‘Dat is tijdverspilling,’ zegt ze. ‘En aan de lokale verkiezingen doet niet één kandidaat mee die ik kan vertrouwen of die me ook maar een beetje hoop geeft.’

Aan de andere kant van Europa, in de Bulgaarse hoofdstad Sofia, stemde de 23-jarige Maria Simeonova bij de vorige verkiezingen op de Groene Partij. Maar de keer daarna niet. ‘Het blijkt dat stemmen die worden uitgebracht op kleine partijen die niet in het parlement komen, worden herverdeeld,’ zegt ze. ‘Ik wil niet dat mijn stem naar een andere partij gaat.’

Deze maand krijgen 375 miljoen mensen in de 27 landen van de Europese Unie de kans om de 785 mannen en vrouwen te kiezen die hen de komende vijf jaar in het Europese parlement zullen vertegenwoordigen. Toch zal ondanks vele crises – de krediet-, de energie- en de klimaatcrisis – maar een derde deel van het electoraat de moeite nemen te gaan stemmen.

Dat is veel lager dan het laagterecord van 45 procent in 2004. Zo’n lage opkomst zou weinig goeds voorspellen voor de reeks naderende nationale verkiezingen dit jaar: Luxemburg, Bulgarije, Duitsland, Noorwegen, Portugal en Tsjechië, en volgend jaar in Groot-Brittannië, Zweden en Letland.

Degenen die wel gaan stemmen, helpen politici in het zadel die het ontbreekt aan de ene eigenschap die van vitaal belang is voor het functioneren van de democratie: vertrouwen. Een enquête van Reader’s Digest bij 23.000 mensen in 16 landen liet zien dat het vertrouwen in de politiek overal zeer gering is.

President Nicolas Sarkozy van Frankrijk waarschuwt voor de gevolgen: ‘Als we zo weinig vertrouwen hebben dat we niet meer gaan stemmen, kunnen we worden meegesleept door tumultueuze gebeurtenissen.’

‘Er bestaat een risico dat mensen hun toevlucht nemen tot ondemocratische politiek,’ zegt Terry Davis, secretaris-generaal van de Raad van Europa, een invloedrijk forum van 47 staten, na de Tweede Wereldoorlog opgericht om de democratie te versterken. ‘Vertrouwen is vooral belangrijk in tijden van economische crisis, zoals nu. In de jaren dertig liepen mensen achter dictators als Mussolini en Franco aan omdat ze teleurgesteld waren in de democratie.’

Kiezers die wegblijven doen dat opeigen risico, vooral wat het Europese parlement betreft, dat tegenwoordig ongeveer twee derde van alle wetgeving uitvaardigt. ‘Het probleem is nu dat de politici die zijn gekozen door de weinige mensen die kwamen opdagen in het stemhokje niet noodzakelijkerwijs de politici zijn die de voorkeur van de meerderheid hebben,’ zegt Sara Hagemann, analiste van het European Policy Centre. ‘Laten we beseffen dat er bij Europese verkiezingen wél een hoge opkomst is van extremistische kiezers. Een lage opkomst op een verkiezingsdag maakt het voor extremistische kiezers gemakkelijker om hun politici aan de macht te krijgen.’

Het risico dat fascistische extremisten zetels winnen is groot. ‘Als mensen niet gaan stemmen, kunnen we in extreem nationalisme verzeild raken,’ zegt Peter Luff van de Europese Beweging, een lobbygroep voor een federaal Europa. De extreemrechtse British National Party bijvoorbeeld heeft zetels gewonnen bij de lokale verkiezingen en zou er ook minstens een in het Europese parlement in de wacht kunnen slepen. De PVV van Wilders haalt volgens de peilingen vijf zetels, het Front National in Frankrijk ook vijf, terwijl de twee nationalistische partijen van Oostenrijk er samen ook vijf kunnen halen.

Tegenwoordig leven meer Europeanen in een democratie dan ooit tevoren, maar de ontevredenheid over de werking van de democratie is wijdverbreid en zal door de economische crisis alleen maar toenemen.

In heel Europa bereidt de politie zich voor op een ‘hete zomer’. Demonstranten die oplossingen en leiderschap eisen, zijn al de straat opgegaan in Frankrijk, Groot-Brittannië, Griekenland, Letland en Litouwen. Kortgeleden zijn de regeringen van Letland en Tsjechië gevallen en heeft de premier van Hongarije ontslag genomen.

Het Zweedse parlementslid Marie Nordén waarschuwt: ‘Hebben we nog een democratie als minder dan 40 procent van de mensen voldoende geïnteresseerd is om te gaan stemmen? Nee. Met zo weinig kiezers stort de geloofwaardigheid van het systeem in.’

In IJsland bekogelden in januari tientallen mensen het parlementsgebouw met verf en yoghurt om te protesteren tegen de manier waarop de financiële crisis werd aangepakt. Het doelwit van het protest was niet de regering als zodanig, maar de hele politieke klasse, die het land naar een bankroet had laten afglijden. Zelfs in IJsland, de oudste democratie ter wereld, is het maar een klein stapje van politici aanvallen naar democratie afwijzen.

De Zwitserse Europarlementariër Andreas Gross: ‘Het is een alarmerende neerwaartse spiraal die we een halt moeten toeroepen. Het leidt naar steeds minder legitimiteit – en als een democratie niet functioneert, is geweld het laatste redmiddel.’

Waarom is vertrouwen, het belangrijkste element van een democratie, zo sterk in waarde gedaald? Vooral om twee redenen.

Een van de redenen is corruptie: die tiert overal welig en geen enkel land is er immuun voor. Zaken die veel publiciteit krijgen versterken het beeld dat het er politici alleen maar om te doen is hun zakken te vullen.

In Portugal ontkent premier José Sócrates met klem elke beschuldiging dat hij in 2002 de milieuregels negeerde om een winkelcentrum te laten bouwen. In Tsjechië worden functionarissen van het ministerie van Defensie ervan beschuldigd smeergeld te hebben aangenomen met betrekking tot aanbestedingen. In Ierland trad premier Bertie Ahern in mei 2008 af nadat hij beschuldigd was van het aannemen van illegale betalingen. Zelfs Finland, dat tot de minst corrupte landen ter wereld wordt gerekend, is verwikkeld in beschuldigingen dat verkiezingscampagnes werden gefinancierd door ondernemers die nieuwe winkelcentra wilden bouwen.

Het is geen nieuw probleem in Europa. Niet minder dan vijf leiders van de [destijds] twaalf lidstaten die in 1992 het verdrag van Maastricht, dat de EU tot stand bracht, ondertekenden, kwamen later in moeilijkheden door beschuldigingen van corruptie – bondskanselier Helmut Kohl van Duitsland gaf later toe dat hij koffers met geld had gekregen van ondernemingen die bij hem in de gunst wilden komen; president François Mitterand van Frankrijk hield er een geheime ‘terreurcel’ op na om zijn problematische privéleven buiten de publiciteit te houden; premier Felipe González van Spanje werd belaagd door beschuldigingen van corruptie; Charles Haughey, premier van Ierland, nam reusachtige ‘onethische’ betalingen aan; premier Giulio Andreotti van Italië werd beschuldigd van moord en allerlei maffiapraktijken, maar werd na jarenlange gerechtelijke procedures uiteindelijk toch vrijgesproken.

Geef uw score!
Leuk artikel?Geef een hogere score

Meest gelezen in Kennis

  1. Heeft u meer vitamine D nodig in de herfst en de winter?
  2. ‘Ze laten me maar niet met rust!’
  3. KERNENERGIE, HET ANTWOORD OP DE CRISIS

Meer Artikels

Reageer op dit artikel

Naam*
E-mail adres*
Reactie*

Reactie aan de redactie

Verdien € 100 door ons uw bijdrage te sturen!

Wilt u reageren op een van onze artikelen, hebt u een suggestie of een tip voor de redactie? 

Of wilt u 100 euro verdienen met een persoonlijke bijdrage voor een van onze rubrieken, Lachen!, Leven of Op 't Werk?

Stuur uw reactie!